Menu

Informatie

Verloskundigenpraktijk Enkhuizen & Andijk | Borst en tepel
2301
post-template-default,single,single-post,postid-2301,single-format-standard,eltd-core-1.0.3,ajax_fade,page_not_loaded,,borderland-ver-1.12, vertical_menu_with_scroll,smooth_scroll,side_menu_slide_with_content,width_470,paspartu_enabled,paspartu_on_top_fixed,paspartu_on_bottom_fixed,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive
 

Borst en tepel

Borst en tepel

Het Latijnse woord voor een vrouwenborst is mamma, meervoud mammae. De eerste ontwikkeling van de borst begint al in de baarmoeder, zowel bij jongens als bij meisjes. Het borstgebied zal zich ontwikkelen tot melkkanaaltjes en melkklieren. De melkklieren blijven inactief tot de puberteit.

Baby’s kunnen vlak na de geboorte wat zwelling van het borstweefsel vertonen en zelfs wat melkachtige vloeistof (genaamd ‘heksenmelk’) uit de tepels afscheiden. Dit kan zowel bij jongetjes als bij meisjes gebeuren. Dit gaat altijd vanzelf over.

Als meisjes in de puberteit komen beginnen de borsten te groeien. Onder invloed van iedere menstruatiecyclus groeit het borstweefsel een beetje. De meeste groei vindt plaats tijdens de puberteit, maar gaat door tot ongeveer het 35e levensjaar.

Er is zoveel variatie in de omvang en vorm van borsten dat het moeilijk te zeggen is wat ‘normaal’ is. Het is normaal dat beide borsten niet even groot zijn.

De omvang van de borsten is genetisch bepaald en hangt voornamelijk af van het percentage vetweefsel. De hoeveelheid vetweefsel varieert naarmate het lichaamsgewicht toe- of afneemt; de hoeveelheid klierweefsel blijft constant.

Zwangerschapshormonen zorgen ervoor dat er allerlei veranderingen plaatsvinden in de borst, als voorbereiding van het lichaam op het geven van borstvoeding. Het aantal melkkanaaltjes en melkkliertjes in de borst nemen toe. De borst wordt ongeveer 150 tot 500 gram zwaarder (dat verschilt per vrouw). Bij sommige vrouwen treedt pas aanzienlijke groei van de borsten op in de periode na de bevalling. De borsten zijn vaak gevoelig. De tepels worden naarmate de zwangerschap vordert donkerder en groter. Meestal zijn de borsten in de  zwangerschap al in staat tot het produceren van colostrum (= de eerste moedermelk). Je hoeft je dus geen zorgen te maken wanneer je druppeltjes vloeistof uit je borst verliest in de zwangerschap.

Het hormoon progesteron, gevormd door de placenta, remt de werking van het hormoon prolactine (prolactine is het hormoon dat de aanzet geeft tot melkproductie). Progesteron daalt sterk na de geboorte van de placenta. De aanwezige prolactine zal de melkproductie op gang brengen. De hoeveelheid melk neemt snel toe en de samenstelling verandert geleidelijk van colostrum naar rijpe moedermelk. Veel kraamvrouwen ervaren dit (ongeveer dag 3 na de bevalling) als stuwing.

Wordt er geen borstvoeding gegeven of melk afgekolfd, dan daalt het prolactinegehalte geleidelijk tot ‘normale’ waarden. Blijft de moeder borstvoeding geven of afkolven, dan zorgt de verhoogde prolactinespiegel voor het in stand houden van de moedermelkproductie.

Borstvoeding

Een voedingsbeha kopen